Ahoei, ahoei, ahoei,
Ik waai, ik gier, ik loei.

Ik ben de wind, de gierende wind,
De hevige wind, het hemelse kind.

Ahoei, ahoei, ahoei,
Ik waai, ik gier, ik loei.

Ik ben de wind, de loeiende wind,
Die alle dode bladeren vindt.

Ahoei, ahoei, ahoei,
Ik waai, ik gier, ik loei.

De bladeren vlammen geel en rood,
En krink’len neer tot in de dood.

Ahoei, ahoei, ahoei,
Ik waai, ik gier, ik loei.

Na mij komt de winter, koud en kil;
Ik waai al weg en dan is ’t stil.

Ahoei, ahoei, ahoei,
Ik waai, ik gier, ik loei.

T. F.
De herfstwind

delen op Facebookdelen via LinkedIndelen via Twitterdelen op Google+doorsturen per mail