Daar in het duister rolt de donder;
Druppels dalen uit donkere wolken,
Drenken de dennen beneden in ’t dal.

Thor, hij toornt en teistert de wouden.
Trots en tartend troont hij daarboven,
Treft de trillende toppen der bomen.

Flikk’rende, flitsende, flakk’rende bliksem,
Ferme, forse, felle slagen, -
Freya’s fluist’ring faalt toch niet.

En ’t lieflijk, stralend, licht gelaat
Doet ontluiken en groeien en bloeien de landen:
Het leed is geleden, de lente verschijnt.

E. P.
Daar in het duister rolt de donder

delen op Facebookdelen via LinkedIndelen via Twitterdelen op Google+doorsturen per mail